Onderlinge competitie/triatlon 2011

Algemene uitleg persoonlijke competitie
Geachte biljartliefhebbers

 
Zoals de laatste jaren gebruikelijk, is het ook dit jaar weer het voornemen een persoonlijk kampioenschap van onze vereniging te organiseren.

  Daar, waar in het verleden gekozen werd voor de spelsoort “bandstoten”, organiseren wij dit jaar een triatlon (voor de ins en outs wordt verwezen naar het bijgevoegde wedstrijdreglement.)

  Voor de te maken caramboles wordt het libre gemiddelde van de regiocompetitie (januari 2011) aangehouden.

 
Aantal te spelen westrijden
 Voor de voorwedstrijden wordt een poule indeling gemaakt (bij voorkeur met 5 deelnemers per poule) waarbij eenieder dus 4 partijen dient te spelen. (Indien een poule bestaat uit minder dan 5 deelnemers, dan speelt men 2 partijen keer tegen elkaar, bij meer dan 5 deelnemers speelt men tegen 4 van de in de poule aangegeven deelnemers, elke deelnemer speelt dus in de voorwedstrijden 4 partijen).

Pouleindeling
De poule-indeling zal in principe zo worden samengesteld dat elk team van de regio-competitie in een poule vertegenwoordigd is. (dus 1 van het 1e, 1 van het 2e enz.) Reserves of niet spelende leden zullen ter completering of als extra aanvulling in een poule worden ingedeeld.   Voor elke poule wordt een “poule leider” aangewezen, die zorgt voor het doorgeven van de wedstrijdformulieren naar de organisatoren en is aanspreekpunt voor de deelnemers in zijn / haar poule.  

Speeldata
 De speeldata per poule in de voorrondes, (februari / april op speelvrije middagen), zullen door de organisatie worden vastgesteld, zodat 1 (of 2) biljart (s) kan  (kunnen) worden gereserveerd voor de wedstrijden. Voor de poulewedstrijden dienen per poule minimaal 4 spelers aanwezig te zijn. (teller, schrijver en 2 spelers). De finale wordt in de tweede helft van april (met 5 finalisten) gehouden.


 Reglement
  -    De beginnende speler begint met de ongemerkte bal.
  -    Men maakt eerst een libre-carambole. Dat is één punt.
       Hierna een bandstoot- carambole, die telt voor drie punten en daarna een van rood-carambole die telt voor twee punten. Dus dan heeft men 1+3+2= 6 punten.
 -     Hierna gaat de speler gewoon door en begint weer met een libre-carambole. Dat is één punt. Het totaal is dan 7 punten.
  -    Maakt men nog een bandstoot-carambole dan heeft men 7 +3= 10 punten.
  -    Dan weer een van rood, men heeft dan 10 + 2 = 12 punten enz.   -          De volgorde is altijd libre – bandstoten – van rood.
  -    Als men mist moet, de volgende speler altijd met een libre -carambole beginnen.
  -    Ligt de stootbal vast dan mag men de carambole van los maken. Indien men kiest voor opzetten dan wordt altijd de afstoot volgens het libre-spel weer opgezet en gaat men door met de spelsoort die op dat moment gemaakt moet worden.
  -    Bij een vastliggende speelbal moet men indien de speler kiest voor opnieuw opzetten de ballen ongeacht het spelsoort, alle drie ballen weer in de begin positie opzetten.
  -    De arbiter telt normaal 1 – 2 – 3 – 4 enz. voor iedere gemaakte carambole en geeft  dit door aan de schrijver die een tellijst heeft van de behaalde punten bv. noteren 8 dan staat daarop 8 caramboles = 16 punten en moet in die beurt 16 punten genoteerd worden.
  -    De lengte van de partij is de lengte van uw libre gemiddelde. Hebt u alleen een driebanden of bandstootgemiddelde dan herleiden wij dat naar een libre gemiddelde.
  -    Moet de speler nog één carambole en men moet een 3 punter (bandstoter) maken, dan telt deze voor een punt. Men kan nooit meer punten halen dan de partijlengte.
   -    Een gewonnen partij levert voor de winnaar 2 punten op, bij een gelijkspel elke speler 1 punt en uiteraard de verliezer 0 punten). Naast de wedstrijdpunten telt het   percentage binnengekomen gemiddelde  ten opzichte van het gespeelde gemiddelde   voor plaatsing in de finale.