Reglement regiowedstrijden

Senioren Biljarten Regio Twente Competitiereglement 2012

A. Spelers

Speelgerechtigd zijn spelers die lid zijn van een aangesloten vereniging en wie op of voor 1 september  van het te spelen seizoen de leeftijd hebben bereikt van 55 jaar.

B. Inschrijving

1. Elke aangesloten vereniging heeft het recht om meerdere teams voor de competitie in te schrijven, mits zij voor het spelen van hun thuiswedstrijden over het benodigde aantal biljarts kan beschikken.

2. Het team dat de meeste caramboles moet maken is team 1. Het team dat de op n na meeste caramboles moet maken is team 2, enz.

3.Wanneer een team uit meer dan 4 spelers bestaat, bepalen de 4 spelers, die de meeste caramboles moeten maken, bovenstaande volgorde.

C. Samenstelling van een team

1. Elk team wordt samengesteld uit 4 personen. Als er meer spelers in een team zijn, dan kan er bij toerbeurt worden gespeeld. Voor de teamindeling moet wel punt B- acht worden genomen.

2. Spelers van een team mogen in principe niet opgesteld worden in een ander team van hun vereniging.

3. Reserves mogen in alle teams van hun vereniging opgesteld worden. Hun moyennes dienen dan zoveel mogelijk te passen bij de moyennes van de spelers van het andere team.
4. In de B-poule is het maximum TMC 90, in de C-poule 65.

5. Een deelnemer aan de regiocompetitie kan maar voor n vereniging uitkomen.

6. Nieuwe spelers, die na aanvang van de competitie worden toegevoegd, moeten opgegeven worden bij de competitieleider. De speler kan aan de competitie deelnemen, zodra de competitieleider medegedeeld heeft dat de speler speelgerechtigd is. (Zie ook punt J-2)

D. Aanvang van de wedstrijden

1.  De uitspelende ploeg dient ruim op tijd aanwezig te zijn, zodat de wedstrijd uiterlijk om 13.30 uur beginnen kan.

2.  Bovenstaande geldt ook voor de finalewedstrijden.

E. Toe te kennen wedstrijdpunten

1. Het Belgische puntentellingsysteem wordt toegepast. Hiervoor dient men de beschikbare lijst te raadplegen.

2. De behaalde en toegekende partijpunten bepalen de klasseringen van de teams onderling. Het team met de meeste punten wordt nummer 1, enz.

3. Bij gelijke stand bepaalt het scoringspercentage de onderlinge volgorde.

4. Het minimum aantal te maken caramboles van poule A  is 35. Voor poule B 31. Voor poule C of D 15.

5. Aan het einde van de competitie wordt er gespeeld om het algemene kampioenschap. Deelnemers zijn de kampioenen van de poules en de beste tweede van de poules.

6. Bij een gelijke stand in de poule is het scoringspercentage beslissend voor de eindstand. Is ook het percentage gelijk, dan wordt er een beslissingswedstrijd gespeeld op neutraal terrein.

7. De beste tweede is het team met het beste scoringspercentage.

F. Arbiters en schrijvers

1. Een speler mag niet in de door hem te spelen partij als arbiter en/of schrijver optreden.

2. De wedstrijdleiding kan hem wel verzoeken bij andere partijen van dezelfde wedstrijd als arbiter of schrijver te fungeren.

3. Bij vaststelling van een fout dient de arbiter dit duidelijk kenbaar te maken.

4. De waarneming van de arbiter is bindend, hetgeen gerespecteerd dient te worden.

G. wedstrijdprogramma

1. Het wedstrijdprogramma wordt minstens veertien dagen voor aanvang van de competitie aan de deelnemende verenigingen toegezonden.

2. De teams kunnen in onderling overleg van het programma afwijken, met dien verstande dat de wedstrijd wel in dezelfde week wordt gespeeld. Mocht dit niet mogelijk zijn en/of problemen opleveren, dan wordt de competitieleider ingeschakeld.

3. Uitgestelde wedstrijden dienen in principe binnen een week ingehaald te worden. Na overleg met de wedstrijdleiding kan hiervan afgeweken worden.

H. Terugtrekken van een team

1. Als een team een of meer wedstrijden heeft gespeeld en daarna uit de competitie wordt teruggetrokken, dan vervallen alle door en tegen dat team behaalde resultaten.

2. Geschiedt dat terugtrekken, nadat de eerste helft van de competitie is gespeeld en hebben alle teams in die helft tegen het teruggetrokken team gespeeld, dan blijven de in de eerste helft behaalde resultaten wel gelden.

I. Spelsoort

1. Gespeeld wordt de spelsoort Libre-klein.

2. Aangaande het te maken caramboles zullen op de biljarts geen lijnen en/of hoeken, waarbinnen beperkt mag worden gescoord, worden aangebracht.

J. Vaststellen speelsterkte van een speler

1. Het algemeen gemiddelde van een speler wordt vastgesteld aan de hand van 3 of meer gespeelde wedstrijden in de voorgaande competitie.

2. Heeft een speler nog niet deelgenomen aan de competitie, of in de voorgaande competitie minder dan 3 wedstrijden gespeeld, dan dient de eigen vereniging het gemiddelde vast te stellen aan de hand van tenminste 3 testwedstrijden. Deze spelers worden aangemerkt als nieuwe spelers.
3. Indien nieuwe spelers lid zijn van een andere organisatie, (b.v. KNBB of LOGO), dient het moyenne te worden overgenomen.3. Alle in punt 2 genoemde spelers worden na 3 wedstrijden gecontroleerd en indien nodig wordt het moyenne naar boven aangepast. Dit meetpunt kan zowel in de eerste helft of de tweede helft van de competitie plaatsvinden.

4. Na het verstrijken van de eerste helft van de competitie worden de moyennes naar boven verhoogd als het gemiddelde hoger is geworden. Toegepast wordt de intervallijst van de KNBB. Er wordt geen moyenne verlaagd.

5. Als een speler in de eerste helft van de competitie nog geen 3 partijen heeft gespeeld, dan wordt zijn moyenne in de tweede helft van de competitie alsnog gecontroleerd na 3 partijen en indien nodig naar boven aangepast.

 6. Aan het eind van de competitie zal van alle spelers het aanvangsmoyenne voor de nieuwe competitie worden vastgesteld. Het aanvangsmoyenne is gelijk aan het eindgemiddelde. Is het eindgemiddelde echter lager dan het niveau van de eerste helft, dan is het moyenne van de eerste helft het aanvangsmoyenne.

 K. Vaststelling partijlengte

1. De partijlengte (aantal te maken caramboles) wordt vastgesteld aan de hand van de intervallijst.

L. Opstelling van een team

1. De opstelling van beide teams dient vr de aanvang van de wedstrijd door de betrokken teamleiders aan elkaar bekend te worden gemaakt.

2. Aan de hand van de partijlengte worden de spelers door hun teamleider ingedeeld. De speler met de grootste partijlengte krijgt het partijnummer 1. De speler met de op n na grootste partijlengte krijgt partijnummer 2, enz.

3. Bij gelijke partijlengte bepaalt het moyenne de volgorde.

4. De partijen van een wedstrijd dienen te worden gespeeld door spelers aan wie hetzelfde partijnummer is toegekend.

5. De volgorde, waarin de partijen van een wedstrijd zullen worden gespeeld, wordt door de teamleider van het thuisspelende team vastgesteld.

6. In bijzondere gevallen mag n speler een dubbele partij spelen. Dit is in principe de speler die als laatste is opgesteld.De speler speelt deze partij tegen de speler van het andere team, die eveneens als laatste is opgesteld.
De partijlengte van de speler die een dubbelpartij speelt wordt, in die dubbelpartij, met een interval verhoogd.

7. Het is mogelijk om op twee biljarts tegelijk te beginnen, zodat men niet te laat thuis is. De bezoekers dienen dan te helpen met tellen of schrijven.

M. Beproeven van het materiaal

1. Elke deelnemer heeft het recht gedurende drie minuten, voor aanvang van de betreffende partij, het speelmateriaal te beproeven.

N. Trekken voor de beginstoot

1. Het trekken voor de beginstoot dient door beide spelers gelijktijdig en rechtstreeks van de bovenband te geschieden, zodanig dat de spelers met hun toegewezen witte bal die band eenmaal raken.

2. De speler, wiens bal het dichtst bij de benedenband tot stilstand komt, mag bepalen of hij of de andere speler als eerste de eerste beurt zal gebruiken. (bepalen aan wie de beginstoot wordt toegekend)

O. Toewijzing van de speelballen

1. De speler aan wie de beginstoot wordt toegekend speelt met de ongemerkte of witte bal.

 P. Beginpositie

1. Voor de eerste afstoot plaatst de arbiter de ballen in de beginpositie als volgt:

a. de rode bal op het bovenacquit

b. de speelbal (naar keuze van de speler) op het linker- of rechteracquit, naast het benedenacquit.

2. In de beginpositie moet direct vanaf de rode bal worden gespeeld.

3. Moeten in de loop van de partij, of bij het einde van de partij voor de gelijkmakende beurt, de ballen opnieuw in de beginpositie worden geplaatst, dan dient eveneens bovenstaande worden toegepast.

Q. Einde van de partij

1. Heeft de arbiter voor een van de spelers de laatste te maken carambole van het voor hem vastgestelde aantal geteld, dan is die speler winnaar van de partij, ook al blijkt daarna dat door een fout in de tellijst die speler in totaal te weinig caramboles heeft gemaakt en met inachtneming van het bepaalde in lid 2 en 3.

2. Heeft de in lid 1 bedoelde speler een beurt meer gebruikt dan de andere speler, dan heeft die andere speler nog recht op de gelijkmakende beurt.

Daartoe plaatst de arbiter de ballen in de beginpositie.

3. Behaalt de in lid 2 bedoelde andere speler in de gelijkmakende beurt eveneens het voor hem vastgestelde aantal caramboles, dan is de partij gelijk geindigd.

R. Carambole

1. Onder een carambole wordt verstaan het met de speelbal raken van beide andere ballen, nadat deze speelbal in beweging is gebracht door een met de pomerans eenmaal toegebrachte stoot.

2. Alleen de arbiter beslist of een carambole geldig is. Elke getelde carambole telt voor n.

S. Scorebord en telformulier

1. De punten worden pas aangepast op het scorebord en genoteerd op het telformulier als de arbiter aangeeft dat de beurt voorbij is. Hij geeft hierbij het aantal te noteren punten door aan de schrijver.

2. Als de eerste speler met zijn beurt begint, wordt de beurt ook aangegeven op het scorebord.

T. Vastliggende ballen; uitspringende ballen

1. Een bal ligt vast als de arbiter heeft geconstateerd dat deze een andere bal raakt. De speler heeft de keuze hoe er verder wordt gespeeld.

2. Een bal is uitgesprongen als deze buiten de omlijsting komt, of als de arbiter heeft geconstateerd dat deze de omlijsting heeft geraakt. In deze situatie worden de ballen in de beginpositie geplaatst.

3. Als een speler met de verkeerde bal wil gaan spelen, mag er voor gewaarschuwd worden door de arbiter of de schrijver. Ook de tegenspeler mag de speler hierop attent maken.

4. In principe speelt men met minimaal n voet aan de grond, doch de arbiter dient zich hierbij soepel op te stellen.

5. Voor ouderen en invalide mensen is het toegestaan om bij een moeilijk te bereiken speelbal, op de rand van het biljart te gaan zitten. Hierbij dient de arbiter zich soepel op te stellen.

U. Wedstrijdgegevens

1. Tijdens de wedstrijd worden de gegevens bijgehouden op een telformulier.

2. Het telformulier wordt gedurende de competitie bewaard door de thuisspelende vereniging.

3. Het wedstrijdformulier dient eenduidig en volledig te worden ingevuld. T.w. datum, speelronde, team, teamnummer en de wedstrijdgegevens. Beide teamleiders voorzien het formulier van hun handtekening.

4. Als wedstrijdformulier wordt het standaardformulier gebruikt van de Regio, of het formulier van BiljartPoint.

5. Het uitspelende team neemt het wedstrijdformulier mee en bewaart deze gedurende de competitie.

6. Voor vrijdagavond 20.00 uur van de week waarin de wedstrijd is gespeeld, worden de gegevens ingevuld bij BiljartPoint.

V. Straffen

1.De competitieleider kan, wanneer daar zijns inziens aanleiding toe is, strafpunten uitdelen.